Nieuwe vaarsnelheden op het Albertkanaal

Minder snel = veiliger, duurzamer én zuiniger!

Vaarsnelheden op andere kanalen

Studie vaarsnelheden op het Albertkanaal

De huidige reglementering voor het Albertkanaal laat bepaalde snelheden toe naargelang de diepgang van de schepen. Daarnaast worden richtlijnen gegeven om de snelheid te verminderen in bepaalde omstandigheden en om te vermijden dat de golving tegen de oever 0.40 m boven de waterstand opslaat. De reglementering dateert in essentie van 1950 en sindsdien zijn zowel het kanaal als de schepen die er gebruik van maken drastisch veranderd. Het gevolg is dat de schepen tegenwoordig merkelijk sneller varen dan de snelheden toegelaten volgens het reglement. Daarom is een studie uitgevoerd met als doel na te gaan welke vaarsnelheden in de huidige omstandigheden als realistisch en veilig kunnen worden beschouwd op het Albertkanaal.

De studie geeft eerst aan de hand van bronnen uit de literatuur kort aan wat de waterbewegingen zijn die een varend schip in een waterweg teweeg brengt. De waterbewegingen veroorzaken drukverschillen en golfslag die op hun beurt krachten overdragen op de oevers en eventuele andere schepen in de nabijheid. Deze krachten nemen toe naarmate de snelheid van het varend schip toeneemt en zijn in grote mate afhankelijk van de fractie van de dwarssectie van de waterweg die door het schip wordt ingenomen. Als het schip te groot wordt in verhouding tot het kanaal, kan de golfslag heel sterk worden en dienen snelheidsbeperkingen zich op om te sterke golfslag te vermijden.

Aan de hand van enkele observatievaarten werd geconstateerd dat de snelheden die typisch worden aangehouden door de schepen bij afwezigheid van ontmoetende of afgemeerde schepen effectief gevoelig hoger liggen dan de snelheden toegelaten door het reglement. Dit leidde echter nooit tot waarneembare problemen qua veiligheid of hydrodynamische effecten.

Vervolgens werden voor een paar types van grote binnenschepen berekeningen gemaakt om in de eerste plaats na te gaan welke snelheden hydrodynamisch mogelijk zijn in het Albertkanaal en in de tweede plaats te bepalen bij welke snelheden de golving tegen de oever 0.40 m boven de waterstand opslaat. De resultaten tonen dat deze snelheden van dezelfde ordegrootte zijn als de snelheden die typisch in de praktijk aangehouden worden.

Het vaarreglement stelt echter ook dat de maximumsnelheid moet verminderd worden bij het voorbijvaren van stilliggende vaartuigen in die mate die voor de veiligheid vereist is. Als maat voor de veiligheid wordt in deze studie voorgesteld om te kijken naar de richtlijnen die gebruikt worden bij het aanleggen in sluizen en om in analogie daarvan de langskracht op een afgemeerd niet boven een limietwaarde te laten uitkomen. De krachten op een afgemeerd motortankschip worden berekend voor een aantal kritische punten in het Albertkanaal met behulp van de software Ropes. Vervolgens worden de maximale snelheden bepaald waarbij de krachten beneden de vooropgestelde limietwaarde blijven. De studie beschouwt kort wat de invloed van de vaarsnelheid is bij het doorvaren van bruggen en bij aanvaringen.

Tenslotte wordt in deze studie pragmatisch voorgesteld om naargelang de diepgang schepen onder te verdelen in drie categorieën en voor iedere categorie een bepaalde snelheid toe te laten naargelang de sectie van het Albertkanaal waar het schip zich bevindt. Er worden toelaatbare snelheden gegeven voor het geval er geen andere schepen in de nabijheid zijn en voor het geval er wel andere schepen in de nabijheid zijn. Over het algemeen zijn de aanbevolen toegelaten snelheden merkelijk hoger dan toegelaten volgens het huidige reglement wanneer er geen andere schepen in de nabijheid zijn.